Stel je voor dat buitenaardse wezens onze aarde zouden vinden, en de meest intelligente levensvorm zou een koe zijn. Wat zouden ze daarvan vinden? Zouden ze ervan uitgaan dat deze dieren net zo slim waren als zij? Zouden ze proberen te achterhalen wat de koe bedoelt als ze loeit, als ze een vrolijke straal urine klatert, als ze een koeienvlaai deponeert? En wat zou de koe zelf vinden? Ik denk dat ze onverstoord zou blijven herkauwen.
Alle berichten van Jeroen Nijs
Renovatie – Renovation
Ze drukt de knop van het broodrooster naar beneden. Hij komt binnen.
“Wat doe je?”, vraagt hij.
“Ik ben het brood aan het renoveren.”
Hij pakt zijn telefoon en begint te typen.
“En wat doe jij nou?”, vraagt ze.
“Ik ga dit gebruiken voor mijn blog.”
“Maar we hebben dit gesprek helemaal niet in het echt gehad!”
Zij, terwijl ze in de camera kijkt: “Hij heeft dit gewoon verzonnen, geloof hem niet!”
Recycling – Recycling
Drankje – Beverage
“Jij wilde de koffie met suiker en melk, hè?”, zegt mijn moeder vanuit de keuken.
“Nee, gewoon zwart, ma”, zeg ik.
“Wat zeg je?”
Mijn moeder is slechthorend, dus ik loop naar de keuken. “Gewoon zwart, niks erin.”
“Oké.” Ze giet water in het koffiezetapparaat, en morst wat.
“Suiker en melk, toch?”
“Nee hoor, gewoon zwart.”
“O ja”. Ze begint de koffie in het filter te scheppen, en telt mee. “Hoeveel schepjes had ik er nu al ingedaan?”
“Twee, volgens mij.”
“Dan nog eentje. Jij wil straks met suiker en melk, hè?”
“Nee, alleen zwart, niks erbij.”
Ze zet het apparaat aan en we lopen naar de woonkamer. De tijd zal langzaam gaan bij dit bezoek, dat voel ik al.
Geuren – Smells
Een van de vele geslaagde grappen in Asterix op Corsica gaat over Corsicaanse kaas. Ik weet niet of je die kaas wel eens in het echt geroken hebt, maar de geur is werkelijk adembenemend. Als Asterix en Obelix dan ook op de boot naar Corsica zitten, en de balling Ozewiezewozewiezewallakristallix maakt zijn geliefde kaas open, vallen ze bijna flauw van de lucht.
En dan ruikt de Corsicaan, over de geur van de kaas heen, de aroma’s van zijn eiland, die naar binnen waaien. “Dat vermoeden van rozemarijn en lavendel… vrienden”
Als kind snapte ik deze grap niet, maar nu moet ik er elke keer weer om lachen, hoe vaak ik het ook al gelezen heb.
Kindertijd – Childhood
“Heel goed, Jeroen. Welk stickertje wil je graag in je schriftje?” Ik glom van trots: ik had alle oefeningen goed gemaakt.
Je hele kindertijd leer je dat bij alles wat je doet, er iemand zegt of het goed is of fout. Maar als volwassene werkt het niet zo. Meestal geeft niemand je die terugkoppeling, of, als mensen dat wel doen, hebben ze er een andere bedoeling mee. Denk bijvoorbeeld aan die manager die bij het beoordelingsgesprek vooral kijkt naar wat goed is voor het bedrijf, en niet noodzakelijk naar wat goed is voor jou. (Niet alle managers doen dat, hoi M.!)
En als je dan op zoek gaat naar iets om je voortgang in het leven meetbaar te maken, zoals hoeveel geld je hebt, of hoe groot je auto is, dan word je daar over het algemeen niet gelukkig van (maar gelukkig wel rijk, zoals Wim Sonneveld al zei).
Misschien dat daarom video games zo populair zijn: die geven je wél een score als je iets doet. Ze geven je de illusie dat je invloed hebt op het resultaat.
Maar in het echte leven zul je zelf moeten beoordelen of je het goed doet, en dat is niet altijd makkelijk.
Boek – Book
Televisie – Television
Hoewel mijn vader bij Philips op een afdeling werkte waar ze onderdelen voor tv’s ontworpen, hadden we thuis zelf geen tv. Maar toen mijn broer en ik stiekem bij de buren tv gingen kijken, kwam er bij ons ook een.
Een zwart-wittoestel, dat wel. Mijn oma had een kleuren-tv, met een afstandsbediening die werkte met ultrasone geluidsgolven. Het soort apparaat waar honden van gaan huilen, omdat zij het wel kunnen horen.
Doordat mijn vader veel van tv’s af wist, door zijn werk, stond er regelmatig een toestel van een familielid op de reparatiebank op zolder. Als je ze openmaakte, kwam de nicotinedamp je tegemoet.
Op mijn slaapkamer kreeg ik later een mini-tv (wat zal het geweest zijn, 12 inch?). Daar sloot ik mijn computer op aan. Eerst een ZX-81, later een ZX Spectrum.
Er is zo veel veranderd rond de tv. Van een luxeartikel tot een vanzelfsprekendheid. Van beeldbuis naar lcd-paneel. Van met het gezin naar dezelfde programma’s kijken, die je de volgende dag op school of kantoor besprak, tot met een half oog kijken wat er op is terwijl je op je telefoon tikt. Toch staat hij nog steeds in de meeste huiskamers, en wat hij verloren heeft in diepte compenseert hij nu in de breedte. Zowel letterlijk als figuurlijk.
Technologie – Technology
Al mijn hele leven ben ik gefascineerd geweest door technologie. Maar technologie heeft ook een schaduwkant, en dat is iets wat ik me steeds beter begin te realiseren. Het is zoiets als gefascineerd zijn door de mooie kleuren van gemorste benzine: je moet niet je ogen sluiten voor waar je eigenlijk naar aan het kijken bent.
Ik zou hier een hele verhandeling kunnen gaan typen over technologie en de gevolgen daarvan, maar er is iemand die dat al veel beter heeft verwoord: Ursula Franklin, in The Real World Of Technology. Verplichte kost voor iedereen met een technische baan, wat mij betreft.
Werk – Work
Ik heb een zwak voor boeken die over werk gaan. In het boek dat ik nu aan het lezen ben, Slow River van Nicola Griffith (ja, het is de tweede keer dat ik haar noem deze week, maar ze kan wel wat promotie gebruiken), werkt de hoofdpersoon in een waterzuiveringsinstallatie. Wat ze daar doet, en ze is er goed in, wordt in detail beschreven, en ik kan er niet genoeg van krijgen. Ik vind dat inspirerender dan welk zelfhulpboek ook.
In een ander boek, Saturday van Ian McEwan (een boek dat gevierendeeld wordt op Goodreads, en niet geheel onterecht), is de hoofdpersoon het gelukkigst als hij in de operatiekamer aan het snijden is. De rest van het verhaal ben ik zo goed als vergeten, maar dat gedeelte is me bijgebleven.
The Making Of The Atomic Bomb begint ook zo: een groep briljante mensen gaat samen aan het werk om het verschrikkelijkste wapen ooit te maken. Het leest als een trein, het is net een jongensboek. Maar dan wordt het wapen ingezet. Rhodes beschrijft wat er gebeurt met de mensen die aan de andere kant van het wapen staan, en wat hen overkomt is hartverscheurend. Misschien is dit wel het beste non-fictie boek dat ik ooit heb gelezen.





