[Klopt op hekje]
“Staat dit ding aan? Hoe werkt dit? Kan ik iets vragen, en dan wordt mijn bede verhoord? Dus ik zou kunnen vragen of de mensen in mijn omgeving die te vroeg zijn overleden terug mogen komen? Nee? Te groot? Of kan ik vragen of mensen die ernstig ziek zijn weer beter mogen worden? Ook niet? Nog steeds te groot? Wat is dan de bedoeling? Moet ik gewoon een trits weesgegroetjes afraffelen, en dan word ik vanzelf rustig door de herhaling? Heel modern hoor, een soort westers mediteren avant la lettre. Weesgegroet Maria, ik ga weer verder.”
Alle berichten van Jeroen Nijs
Hoop – Hope

Stel, je bent een koning met een drukke baan, en je besluit een zomerpaleis te laten bouwen, waar je straks rustig bij kunt komen van je beslommeringen. Als je het dan ‘Sanssouci‘ noemt, ‘Zonder zorgen’, dan weet je al dat deze man allesbehalve zonder zorgen is. Je paleis zo’n naam geven is wat een moderne therapeut ‘een staaltje wensdenken’ zou noemen.
Ik denk dat de stress al begonnen is bij de bouw, want Frederik kreeg ruzie met de architect en ontsloeg hem halverwege.
Maar het is wel heel menselijk, want wie droomt er nou niet van om een vakantiehuisje in de natuur te bezitten?
Foto: Wikipedia
Verlies – Loss
Laatst hoorde ik dat het de taak van een columnist is om kleine dingen groot te maken, en grote dingen klein. Ik ben weliswaar geen columnist, maar dit hielp me wel bij iets waar ik al heel lang tegenaan loop te hikken. Dus hierbij iets kleins over iets groots.
Ze nam altijd op met ‘Hee hoi!’. Dat is een talent dat je kunt hebben als mens: gemeend enthousiast de telefoon opnemen. Mijn lief kan het, en zij kon het ook. Het maakte dat ik meteen zin had om te gaan kletsen. Het zette de toon van het gesprek dat volgde.
Als iemand er niet meer is, dan heb je vaak nog foto’s. Maar hoe iemand klonk, dat weet je alleen nog in je gedachten. Vooral als iemand leefde in de tijd voordat je makkelijk filmpjes op kon nemen met je telefoon.
Een tijd na de uitvaart realiseerde ik me dat ze een keer mijn antwoordapparaat ingesproken had. Dat had ik ondertussen al opgeborgen na de invoering van de voicemail, maar misschien kon ik het fragment terugvinden op het cassettebandje dat in het apparaat zat.
Helaas. Ik denk dat ik het bericht gewist heb nadat ik het beluisterd had.
En nu is er alleen nog de herinnering.
Hee hoi!
Schoenen – Shoes
Op een schaal die loopt van “In de winter moet je nu eenmaal schoenen aan in Nederland, maakt niet uit welke” tot “Ik moest deze supertoffe schoenen hebben, ook al zijn ze te klein en krijg ik schaafwonden”, zit ik ergens links van het midden.
Laatst kwam ik erachter dat het soort schoenen dat ik draag “dad sneakers” heet. Maar ze zijn dus ook prima geschikt voor mannen die geen kinderen hebben.
Geld – Money
2,20371. Als je weet wat dat getal betekent, dan ben je in ieder geval meerderjarig.
Toen de euro ingevoerd werd, was ik gedetacheerd bij de IT-afdeling van een grote bank, en hield ik me bezig met de beheersoftware van geldautomaten. Je kunt je voorstellen dat de euro belangrijk was voor ons. En dit getal, de wisselkoers tussen euro’s en guldens, vond je overal terug. Voor mij was heen en weer rekenen tussen de twee valuta dagelijkse kost.
Oudere mensen vonden het destijds moeilijk om te wennen aan de prijzen in euro’s, en rekenden ook jaren later nog steeds terug naar guldens. Ik kan me herinneren dat ik dat stom vond. Maar als ik zelf een prijs in euro’s zag, rekende ik haast automatisch terug.
Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik daarmee gestopt ben, maar het is alweer een tijd geleden. Tegenwoordig is het ook makkelijker, want de prijzen in euro’s zijn nu ongeveer hetzelfde als wat ze in guldens waren. Het is een beetje zoals een oud-studiegenoot zei die in de jaren ’90 in Engeland was gaan wonen: “Als je doet alsof 1 pond 1 gulden is, dan vallen de prijzen hier best mee.”
Infrastructuur – Infrastrucure

Op weg naar mijn werk kom ik elke dag langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Blijkbaar is dit het drukstbevaarde kanaal ter wereld, volgens Wikipedia.
Maar dat is niet het interessantste weetje dat ik las. Het plan voor dit kanaal is namelijk bedacht door Anton Mussert, toen hij nog ingenieur was bij Rijkswaterstaat. Die Anton, ja. Die later ook het hoofdkantoor van zijn partij in Utrecht had.
Toast – Toast
Sport – Sport

Hoe ik denk dat het is om bowls te spelen:
In de zomer komen we elke week samen om te spelen. Na al die jaren zijn we een hechte groep geworden. We hebben natuurlijk onze favorieten, maar eigenlijk maakt het niet uit bij wie we ingedeeld worden, het gaat altijd goed.
Ik twijfelde van tevoren een beetje of ik wel goed genoeg zou zijn voor dit spel, maar ik bleek al snel een natuurtalent. Gelukkig zijn er genoeg andere goede spelers, anders zou ik elke keer winnen, en dat zou saai zijn.
Na de wedstrijd gaan we thee drinken, en zijn er taartjes van de bakker om de hoek. Er wordt veel gelachen, want ieder heeft een goed gevoel voor humor. Maar we kunnen ook serieuzere gesprekken voeren, want het is niet alleen maar leuk in het leven.
Ik ben zo blij dat ik deze sport gekozen heb, en dat ik op dit mooie veld mag spelen met deze leuke mensen.
Hoe het waarschijnlijk zal zijn om bowls te spelen:
Ja, het is een prachtig veld, en het ziet er mooi uit als iedereen in smetteloos wit gekleed is. Maar het is haat en nijd onderling. Niemand gunt elkaar iets.
Ik twijfelde van tevoren een beetje of ik wel goed genoeg zou zijn voor dit spel, en dat was terecht. En bij elke fout die ik maak kijk ik weer tegen die zure gezichten aan. Ze zullen het nooit zeggen, maar je ziet ze denken: waarom zijn we nou weer bij hém ingedeeld?
Na de wedstrijd gaat iedereen bij zijn eigen groepje zitten, en als buitenstaander kom je daar nooit tussen. En dat stiekeme geroddel altijd, vreselijk. Nooit eens een leuk gesprek met kwinkslagen over en weer. Nee, altijd zeuren over geld en kwalen.
Ik heb echt spijt dat ik voor deze sport gekozen heb.
Onbeantwoord – Unrequited
Een uitgestoken hand die niet aangenomen wordt. Een kus die in de lucht verdwijnt. Iemand die geen hallo terugzegt tijdens het wandelen in het bos. Kleine mislukkingen op een dag, die kunnen voelen als korrels zand in je yoghurt.
Als je je minder vervelend wilt voelen als dit soort dingen gebeuren, dan raad ik je aan om ouder te worden. Hoe ouder ik word, hoe minder ik me hier druk over maak.
Ruzie – Fight
Ru-zie! Als op mijn oude basisschool twee kinderen dreigden te gaan vechten, gingen de andere kinderen er in een kringetje omheen staan, en riepen ze “Ru-zie! Ru-zie! Ru-zie!” Meestal duurde dat niet lang, want dan kwam er een meester of juf om de kemphanen uit elkaar te halen. (Gevolgd door mijn favoriete moment: als de twee ruziemakers elkaar een handje moesten geven, terwijl ze elkaar niet aankeken.)
Op sociale media zie je dit ook wel eens; twee (of meer) mensen gooien met modder naar elkaar, en de rest staat er gefascineerd naar te kijken. Alleen komt er dan niet een meester of juf om iedereen tot orde te roepen.
Het is niet zo dat ik nu voorstel dat een toeschouwer tussenbeide stapt, want dat is vaak alleen maar olie op het vuur. Ik vind dat de eigenaren van de site die verantwoordelijkheid hebben. Zoals Sarah Jeong het in The Internet of Garbage al zo pakkend formuleerde: “Take out the trash!”



